You are here: Home Metamorfosen XVIII – De zusters van Meleager veranderen in parelhoenders
Document Actions

XVIII – De zusters van Meleager veranderen in parelhoenders

Parelhoenders, behorend tot de hoenderachtigen, zijn eerder te vinden op een boerderij dan in Artis en lijken niet te behoren tot de favoriete soorten vogels die Peter Vos in zijn vogeltekeningen graag portretteerde. Weliswaar zijn ze schuw, maar ze staan ook als ruziezoekers bekend. Ze lijken wat op een kalkoen, waarover Vos bij een tekening in Een studie in grijs uit 1980 de rijmregels van Hadewych citeerde: Alle dinghe  sijn mi te inghe Ic ben so wijd /en de woorden toevoegde: Terwijl je wist, dat ze heel iets anders bedoelde (oud genoeg om opwinding van extase te onderscheiden).’ Al eerder, in 1967, maakte hij een aquarel van de kalkoen als criticus. 1 In de door Vos in de metamorfosen-tekeningen weergegeven parelhoenders zijn het de karakteristieke koppen met blauwe lellen en hun gewichtige houding die hun uitbundige klagen benadrukken.
      In boek VIII van Ovidius’ Metamorfosen wordt de strijd beschreven van Theseus en de zijnen tegen het Calydonische everzwijn, dat de stad Calydon bedreigde. Meleager, een burger uit die stad, ging op jacht met een uitgelezen gezelschap, waaronder de held Theseus en één vrouw, Atalanta, op wie Meleager verliefd werd. Dankzij een schot van Atalanta kon Meleager het everzwijn afmaken – daarom geeft hij haar een deel van de buit. Als andere jagers daartegen protesteren, ontstaat er een gevecht, waarbij Meleager twee van de broers van zijn moeder doodt. Deze tweespalt, veroorzaakt door Diana, de godin van de jacht, eiste vele slachtoffers. Door toedoen van zijn moeder Althea stierf Meleager en stortte zijn moeder zich in het zwaard. De rouwklachten van Meleagers zusters zijn onbeschrijfelijk; zij veranderen in parelhoenders: Hun uiterlijk vergetend stompen zij zich bont en blauw;  zolang hun broer nog lichaam is, koesteren zij dat lichaam,  steeds weer; ze kussen hem, kussen de baar waarop hij ligt; ze drukken handenvol met as, als hij tot as vergaan is,  tegen zich aan; zij liggen languit op zijn graf, omarmen  zijn naam die op de steen staat, storten in die naam hun tranen, totdat Diana, eindelijk verzadigd van de rampen  in Oeneus’ huis, de meisjes veren aan het lichaam geeft – allen, behalve Gorgè en haar zuster Deianira –  en vliegen doet: ze rekt hun armen uit tot lange vleugels, geeft hun een hoornen bek en stuurt hen zo het luchtruim in. (Ovidius VIII, 533-546). 2


afb. 165
De voorstudies van begin januari 2003 concentreren zich op het wat moeizame vliegen van een in een parelhoen veranderende mens (afb. 165). De klagende dochters krijgen pas  echt gestalte in de voorstudies van 14 juni in een tweede schetsboekje afb. 166X Peter  Vos (1935-2010), Metamorfose van drie zusters van Meleager tot parelhoenders, 14 juni 2003Image fullsize Toon in RKD database , waarop de tekeningen van de zuster van Meleager van 16 en 20 juni direct gebaseerd zijn. De eerste twee bladen, met de vier zittende, weeklagende en in hoenders veranderde dochters (15 juni) en die met het staande en ten slotte opvliegende parelhoen (16 juni) vormen één geheel (afb. 167-168). In twee latere bladen zijn alle stadia van de metamorfose afgebeeld. In de laatste, 23 juni gedateerde tekening, vliegt een parelhoen zonder kleding omhoog (afb. 169-170). In september 2005 maakte Vos nog een aantal zeer expressieve voorstudies van de weeklagende zusters afb. 171X Peter  Vos (1935-2010), Metamorfose van drie zusters van Meleager tot parelhoenders, ca. 7 september 2005Image fullsize Toon in RKD database , die erop wijzen dat de kunstenaar nog niet op het thema was uitgekeken, maar dit resulteerde niet in nieuwe uitgewerkte tekeningen.
 


afb. 167

afb. 168


afb. 169

afb. 170

 



afb. 166 Peter  Vos (1935-2010), Metamorfose van drie zusters van Meleager tot parelhoenders, 14 juni 2003
afb. 171 Peter  Vos (1935-2010), Metamorfose van drie zusters van Meleager tot parelhoenders, ca. 7 september 2005

[1]

Vos 1980, pp. 133-34; Ferdinandusse et al., p. 147 (met rondschrift: Wie met jargon bekleed…een kunstwerk zoekt te duiden…voor toegestroomde luyden…bekijkt het met zijn reet…).

[2]

Ovidius/d’Hane-Scheltema, VIII, 533-546; Graves , nr. 80i.

Datum laatste wijziging: Feb 11, 2017 01:13 PM