You are here: Home Metamorfosen XVI – De dochters van Minyas veranderen in vleermuizen
Document Actions

XVI – De dochters van Minyas veranderen in vleermuizen


afb. 144

afb. 145








De eerste zeven pagina’s van het schetsboek waarin Vos op 1 januari 2003 begint te tekenen, zijn gevuld met voorstudies voor de metamorfosen van  de dochters van Minyas afb. 80X Peter  Vos (1935-2010), Metamorfose van Minyas' dochters tot vleermuizen, 1 januari 2003Image fullsize Toon in RKD database (afb. 144-45)  en in juni maakt hij de eerste reeks tekeningen met dit thema (afb. 150-53, 155-56]. In de eerste reeks voorstudies ligt de nadruk op de lichamelijke veranderingen van de vrouwen, de groei van vingers, oren en haar, waarbij de vingers tot vleugels uitgroeien en de ontstane monsters als vogels van de nacht de lucht ingaan. Wanneer hij verderop in het schetsboek, op 12 maart, het onderwerp weer opneemt, heeft de tekenaar inmiddels een vorm gevonden om de verschillende stadia van de gedaantewisseling van de jonge vrouw tot zwevende vleermuis in een samenhangende compositie te portretteren (afb. 146-147).



afb. 146

afb. 147


afb. 150

afb. 151

afb. 152

afb. 153



afb. 155

afb. 156









































De gedaantewisseling wordt door Ovidius aan het begin van boek IV van zijn Metamorfosen uitvoerig beschreven. Het verhaal speelt zich af in een tijd waarin de jonge en oude vrouwen in Thebe worden opgeroepen om deel te nemen aan de Bacchus-cultus en te offeren en te feesten. Alleen de dochters van Minyas – Alchithoë, Arsinoë en Leuconoë – weigeren hieraan mee te doen. Zij gaan door met hun werkzaamheden en spinnen wol, terwijl zij elkaar zittend aan het weefgetouw verhalen vertellen. Na het derde verhaal blijven zij almaar aan het werk, zich niet bekommerend om Bacchus en zijn feest,  als plots luidruchtig tamboerijngeroffel uit de verte  hen overstemt en kromgehoornde toeters hoorbaar zijn en rinkelend slagwerk, onder geuren van saffraan en mirre,  waarop hun weefgetouw – ’t is ongelooflijk! – groen verkleurt en ’t doek van hoog tot laag bebladerd wordt met klimopranken;  ... Aan het eind van de dag, opeens lijkt het paleis te schudden, vette walm stijgt uit  de olielampen op, een rosse gloed doortrekt de zalen,  er klinkt gehuil van wilde spookgedaanten. Maar dan zijn  de zusjes al in rokerige hoeken weggeschoten,  vluchtend van her naar der om brand en vuurgloed te ontgaan; terwijl ze zoeken naar een donkere plek, trekt langs hun armen / een vlies; een dunne vleugel dekt wat nu hun pootjes zijn. In ’t donker is niet goed te zien hoe zij hun meisjeslichaam  zijn kwijtgeraakt; zij missen vlerken om te vliegen, maar kunnen zich wel verheffen op doorschijnend dunne vleugels.  Als ze iets willen zeggen, klinkt hun stem heel zwak, ook in  verhouding tot hun lichaam, ’t is een licht en piepend klagen.  Ze zoeken liever huizen op dan bos, vliegen ’s nachts  uit haat voor daglicht; ook hun naam duidt op de late avond (Ovidius IV, 389- 415). In het Latijn heet een vleermuis vespertilio; vesper is avond. 1
      Onder een van de latere voorstudies (afb. 146-147), noteerde Vos in het Latijn hoe Ovidius de verandering precies beschrijft: ‘parvos membrana per artus / porrigitur tenuique includit bracchia pinna (trekt langs hun armen / een vlies; een dunne vleugel dekt wat nu hun pootjes zijn.’ Voordat hij op 31 mei begon aan de eigenlijke tekeningen, maakte hij in twee van zijn andere schetsboekjes nog enkele studies voor de figuur van Alcithoë in een nis, op 22 en 23 mei en op 27 mei afb. 149X Peter  Vos (1935-2010), Metamorfose van Minyas' dochters tot vleermuizen, 27 mei 2003Image fullsize Toon in RKD database . De laatste is een directe voorstudie voor het blad (afb. 150) .
      In de uiteindelijke tekeningen met de Dochters van Minyas, de vroegste van de reeks die hij in 2003 maakte, zocht de kunstenaar nog duidelijk naar een vorm om de metamorfose overtuigend af te beelden. Opmerkelijk is dat de gedaantewisselingen van de drie dochters van Minyas in afzonderlijke bladen zijn weergegeven, zonder dat er duidelijke verschillen tussen de drie zusters zijn. In de vroegst gedateerde tekening  (31 mei) zit de al grotendeels in een vleermuis veranderde Alcithoë in een nis (afb. 150); in het een dag later gedateerde blad (afb. 155) zien we hoe zij zich, met volgroeide oren, in drie fasen van de grond opheft. Dezelfde dag kwamen twee andere bladen tot stand, met Arsinoë en Leuconoë die in respectievelijk vier en zes stadia een volledige metamorfose van jonge vrouw tot vliegende vleermuis doorlopen (afb. 151-152). Vooral de tekening van Leucenoë is kenmerkend voor de wijze waarop de andere bladen met metamorfosen van mens tot vliegende vogels zijn opgebouwd.
      Bij drie tekeningen uit de reeks kiest Vos voor een andere, verticale opbouw, waardoor deze reeks tot de meest gevarieerde behoort. In Alcithoë, ook getekend op 1 juni (afb. 155), zijn drie latere stadia van de metamorfose te zien: onder een zittende vleermuis, die vervolgens opstijgt en ten slotte de vleugels uitslaat. Dezelfde opbouw in een nis is te zien in het blad Minyas dochters, getekend op 2 juni: eerst als een geknield monster in de nis, vervolgens een poging om te vliegen en ten slotte een sierlijk zwevende vleermuis (afb. 146). Het motief van het moeizaam bewegende monster dat zich krampachtig vasthoudt aan de nis totdat de vleermuis zich bewust wordt van zijn vleugels, zien we ook in de laatste van de tekeningen met Leuconoë, gedateerd 17 juni (afb. 153).


afb. 154
Met het opnemen van de vleermuizen in de reeks uitgewerkte tekeningen van metamorfosen van mensen die in vogels veranderen, sluit Vos aan bij de oude traditie om vleermuizen als vogels en niet als zoogdieren te beschouwen. In zijn vogelboeken daarentegen ontbreken vleermuizen helemaal. Zijn vriend Charles Donker vervaardigde in de late jaren zestig een aantal etsen met verschillende soorten vleermuizen, die hij in de kelders van het Fort Rhijnauwen had geobserveerd. 2 Het is denkbaar dat Vos vergelijkbare studies maakte. Zijn fascinatie voor de wonderbaarlijke bouw van het dier blijkt uit de zorgvuldige penseeltekening die hij maakte in 2001, naar studies van een dwergvleermuis van het geslacht Pipistrellus (afb. 154) in een in augustus 1982 in Wales aangelegd schetsboek. Het is duidelijk dat dit type vleermuis model stond voor de metamorfosen van de dochters van Minyas in 2003.



afb. 80 Peter  Vos (1935-2010), Metamorfose van Minyas' dochters tot vleermuizen, 1 januari 2003
afb. 149 Peter  Vos (1935-2010), Metamorfose van Minyas' dochters tot vleermuizen, 27 mei 2003

[1]

Zie Ovidius/d’Hane-Scheltema, p. 93; Graves, nr. 27g.

[2]

Zie website http://charlesdonker.rkdmonographs.nl onder CD 67: 33-35 en CD 69-6.

Datum laatste wijziging: Feb 11, 2017 01:08 PM