You are here: Home Metamorfosen XIII – De gedaantewisseling van Ascalaphus
Document Actions

XIII – De gedaantewisseling van Ascalaphus

Ascalaphus, een geest of tuinman uit de onderwereld, is door enkele antieke schrijvers vereeuwigd als een verklikker. 1 Hij speelde een betreurenswaardige rol in de machtsverhouding tussen Hades (Pluto), de god van de onderwereld, en Proserpina (Persephone) die door deze god naar zijn duistere dodenrijk was ontvoerd. Hades was bereid, daartoe aangemaand door zijn broer Jupiter, haar op een goed moment weer vrij te laten, op voorwaarde – en daarvoor beriep hij zich ‘op een vaste wet der Schikgodinnen’ – dat ze tijdens haar gevangenschap geen enkele vorm van voedsel had aangeraakt. 2
     Helaas had Ascalaphus gezien, zo vertelt Ovidius, dat Proserpina een ‘granaatvrucht van een laaggebogen tak [had] geplukt en daarna zeven pitten uit de roze schil gepeuterd’. Hij ‘verraadt haar en ontneemt haar wreed de kans op terugkeer’. Dit nu kwam de verklikker op een ingrijpende metamorfose te staan. Proserpina’s moeder Demeter vormde hem om tot ‘onheilsvogel, druppelt op zijn hoofd Phlegethon-water, waardoor snavel, kuif en grote ogen  ontstaan’. Bruine vleugels krijgt hij ook nog, en een brede kop en klauwen met kromme nagels. 3      

afb. 116
Vos produceerde in 1986 een steendruk met dit thema voor de jubilerende firma Albert Heijn (afb.116). 4 Hij liet de straf van Ascalaphus zich langs een denkbeeldige diagonaal in vier fasen voltrekken. Door de figuur al in het tweede stadium, waarin deze nog gedeeltelijk antropomorfe ledematen bezit, de lucht in te sturen, drukt de gedaantewisseling in litho een zekere mate van snelheid uit. 5
De mythe van Ascalaphus was voor de kunstenaar vooral attractief omdat de verraderlijke tuinman zijn straf in uilengedaante moest ondergaan. Uilen werden door Vos hooggeschat. ‘Van alle vogels zijn de uilen mijn favorieten’, was zijn commentaar bij de prent. ‘Hun geruisloze vliegen, en hoe hun scherpe wapens verstopt zijn in hun zachte veren. Ik dacht, ik ga dat prachtige oude mannetje de lucht in laten springen. Tot hij eindelijk los is van de aarde en heerlijk zweeft’. 6
     Vos bracht Ascalaphus eveneens met pen en penseel in beeld, aan de hand van Ovidius, maar ook wel eens op grond van eigen fantasie. Zo blijkt de verrader op een in blauw, grijs en bruin gewassen pentekening uit 1984 zijn hoofd kwijt te zijn en zweeft er een omineuze uilenkop boven zijn hulpeloze lichaam afb. 117X Peter  Vos (1935-2010), Ascalaphus, 6 november 1984Image fullsize Toon in RKD database . 7 Bijna twintig jaar later, in het bijzonder in 2003, wierp Vos zich opnieuw en met groot enthousiasme op bepaalde verhalen uit Ovidius’ Metamorfosen. Daarbij toonde hij een duidelijke voorkeur voor gedaantewisselingen die van een mens een vogel maken, waaronder diverse interpretaties van de Ascalaphus-mythe (afb. 118-123).


afb. 118

afb. 119

afb. 120



afb. 121

afb. 122

afb. 123































Aan een 12 januari 2003 gedateerde schets voegde hij twee verzen uit de Metamorfosen toe, verzen waarin de door hem geliefde vogel in weinig lieflijke bewoordingen wordt gekarakteriseerd: foedaque fit volucris, venturi nuntia luctus,/ignavus bubo, dirum mortalibus omen (Hij is een lelijk vogeldier, bode van naderend onheil, de boze nachtuil, tranenbrengend teken voor de mens’). 8
     Ter gelegenheid van de 65ste verjaardag van zijn jeugdvriend, de componist Louis Andriessen, tot wiens omvangrijke oeuvre diverse zangstukken behoren, tekende Vos het gewraakte personage in een vergevorderd stadium van metamorfose, bezig zijn nieuwe stem te beproeven (afb. 123). Ondanks de vernietigende typering van Ovidius was Ascalaphus voor de tekenaar kennelijk een schurk die in beeldende vorm nog wel als geschenk kon dienen.
EdeJ



afb. 117 Peter  Vos (1935-2010), Ascalaphus, 6 november 1984

[1]

Graves I, pp. 91-92; Der Kleine Pauly, Band 1, kol. 641.

[2]

Ovidius/d’Hane-Scheltema, V, 509-550.

[3]

Ibidem, 543-550. De uilensoort die bekend staat als woestijnoehoe is naar Ascalaphus vernoemd: bubo ascalaphus.

[4]

Zie voor deze opdracht, XII; Pierre Janssen, Het dagelijks leven. 100 kunstwerken van / voor een honderdjarige, z.p. 1986, nr. 89.

[5]

De Jongh 1995, p. 50.

[6]

Geciteerd uit Janssen, op. cit., nr. 89.

[7]

De Jongh 1995, pp. 52-53.

[8]

Ovidius/d’Hane-Scheltema, V, 549-550.

Datum laatste wijziging: Feb 11, 2017 01:00 PM