You are here: Home Biografie
Document Actions

Biografie

Biografische gegevens

Peter (Petrus Antonius Carolus Augustinus) Vos, geboren 15 september 1935 -overleden 6 november 2010


Steye Raviez, Portret van Peter Vos, najaar 1971, kleurenfoto; collectie RKD
X
Steye Raviez, Portret van Peter Vos (1935-2010), najaar 1971 gedateerd

1935

15 september: geboorte Petrus Antonius Carolus Augustinus (P.A.C.A.) Vos in Utrecht (Achter St.-Pieter 7), als tweede zoon van Netty (Jeanette) Hofland (1894-1951) en Cornelis J. Vos (1891-1955), broer van Paul Vos (1934-1967).

1941–1947
Gaat naar katholieke lagere jongensschool St. Gregorius, Kromme Nieuwegracht 34 te Utrecht; in de eerste klas raakte hij bevriend met Henk Mali.
Zingt in het Kathedrale Koor, o.l.v. dirigent en kerkorganist Hendrik Andriessen, in wiens familie hij een groot deel van zijn vrije tijd doorbrengt en met wie hij tot in de jaren zestig contact onderhoudt. Hij raakt vooral bevriend met de jongste zoon Louis Andriessen.

1948–1953
Gymnasium alfa op het St. Bonifatiuslyceum in Utrecht.
Als de familie Andriessen in 1950 naar Den Haag verhuist, logeert Vos daar regelmatig. Louis en Peter onderhouden ook een geregelde briefwisseling.
Met Bart van Gool, een leraar Grieks en Latijn, blijft hij na zijn eindexamen in contact.

1951
25 januari: moeder Netty Hofland overlijdt na een lang ziekbed. Zijn vader is dan al invalide, de Augustines van Sint-Monica, zuster Julia de Wildt, doet de huishouding.

1952
Uit dit jaar zijn de eerste schetsboeken bewaard, tekeningen in lineaire stijl tussen bladzijden met algebrasommen.
Voor de schoolkrant STEMMEN van het St. Bonifatiuslyceum ontwerpt hij de omslag.
28 november: voor de verjaardag van zijn vader maakt hij Het eerste boek Vos, een album met portretten van zijn vader: met pastiches in de stijl van grote meesters. Het is de eerste van een reeks getekende boeken in één exemplaar, waarvan in de daaropvolgende jaren nog vele zullen volgen.

1953
15 juni: slaagt voor zijn eindexamen gymnasium alfa met hoge cijfers waaronder een 10 voor Homerus en Frans.
Vanaf 28 september: gaat naar de Rijksacademie van beeldende kunsten in Amsterdam waar hij dag- en avondklassen volgt. Blijft thuis wonen in Utrecht op de Oude Gracht 183bis, waar hij met zijn broer Paul zijn ziekelijke vader verzorgt.
December: het eerste gepubliceerde boek met omslag en illustraties van zijn hand verschijnt bij uitgeverij Het Spectrum: De kok van Marienbad, gedichten van Daan Zonderland.

1954
Zomer: fietst met zijn vriend Henk Mali naar Antwerpen.
Bezoekt Jaap van Vonderen, directeur en hoofdredacteur van onder andere het Utrechtse Katholiek Dagblad Het Centrum, en zijn familie in hun vakantiehuis in Noordwijk. Hij maakt bij deze gelegenheid kennis met diens 15-jarige dochter Jes van Vonderen, die in de daaropvolgende jaren zijn geliefde is.
September: druivenplukken in Zuid-Frankrijk met twee klasgenoten.
24 oktober: verhuizing van Utrecht naar een kamer op de Overtoom 290 IV in Amsterdam.
5 december: maakt voor het Sinterklaasfeest voor zijn vader een boek in één exemplaar: Hommage à Vos.

1955
De pulcinel wordt, in allerlei varianten, zijn mascotte: in tekeningen, in schetsboeken en als versiering van zijn brieven. Ook gebruikt hij de pulcinel als zijn signatuur.
15 maart: verhuist naar een kamer in de Marnixstraat 401 in Amsterdam.
Zomer-najaar: verblijft veelvuldig in Utrecht om zijn vader te verzorgen.
6 oktober: vader Cornelis Vos overlijdt; zijn broer Paul blijft in het ouderlijk huis wonen.
Vanaf oktober: zit in de schilderklas van Otto B. de Kat, samen met onder anderen Willem den Ouden, Nico Bakker, Dick Stolwijk, Roger Chailloux, René Karrèr en Wim Vaarzon Morel.

1956
Krijgt steeds meer illustratieopdrachten, onder andere van het Utrechtse dagblad Het Centrum. Maakt daarnaast cartoons, deels onder de naam (van zijn moeder) Hofland.
Verder maakt hij een groot aantal boeken in een exemplaar voor vrienden en in opdracht.
Zomer: verhuizing naar het huis van zijn Rijksakademiegenoot en vriend Willem den Ouden, 2de Jan Steenstraat 80 III in Amsterdam.
Juni: twee weken naar Limburg met de schilderklas van Otto de Kat.
Juli: decoreert samen met Nico Bakker het huis van tandarts Dr. Botke, Maastricht en past op het huis van kunstenaar Charles Eyck.
September: lift naar en door Italië.
Op de Rijksakademie vervolgt hij de schilderklas van Otto de Kat, maar hij begint ook grafiek te maken bij hoogleraar grafische technieken Kuno Brinks.

1957
Woont tot de zomer in het huis van Willem den Ouden, verhuist dan naar een atelier op de zolder van Prinseneiland 25 in Amsterdam.
Naast de kwakkelende liefde voor Jes van Vonderen zijn er andere verliefdheden.
September: lift door Frankrijk naar de Provence en trekt daar rond.
Vanaf juni: gaat illustraties en cartoons leveren aan het studentenblad Propria Cures, waar hij onder anderen Theo Sontrop, Rinus Ferdinandusse en Joop Goudsblom ontmoet.
In zijn laatste studiejaar op de Rijksakademie vervaardigt hij grafiek, vooral droge naald prenten, waaronder een reeks portretten.

1958
Werkt in het voorjaar vooral thuis op Prinseneiland 25 aan een reeks opdrachten en later in het jaar ook voor de Toonder Studio’s (Geesink-film) in Duivendrecht.
Eerste kleine tentoonstellingen van zijn werk in Amsterdam en Utrecht.
Augustus: verblijft met Jerry Keizer in Bretagne (Quilvinec), waaraan talrijke tekeningen in schetsboeken en brieven herinneren, en neemt daarna afscheid van de Rijksakademie.
Naast een aantal getekende boeken in een exemplaar (onder meer Het geheim van monsieur P. met pastiches voor kunstenares Marte Röling), voorziet hij dichtbundels en uitgaven van Insel Verlag van illustraties in pen en penseel.

1959
Voorjaar: keert terug naar Utrecht waar hij eerst logeert bij Bart van Gool en vervolgens een kamer vindt in een studentenhuis in de Ambachtstraat 10.
Vanaf augustus: levert geregeld bijdragen aan Hollands Weekblad en vanaf december aan het weekblad Vrij Nederland, onder meer een reeks leeuwen in de rubriek ‘Vrij Blijvend’ die hij met Rinus Ferdinandusse samenstelt.
In deze periode groeit ook het aantal illustratieopdrachten, waaronder het door Elisabeth Keesing geschreven Boekenweekgeschenk De zalenman (1960).
Tekent als Sinterklaascadeau Scheppingsverhaal in pen en penseel voor zijn Zweeds-Nederlandse vriendin Mieke Heijbroek.
Retournons à nos caméleons dat hij maakt voor Dick Hillenius naar aanleiding van diens proefschrift is het laatste van de getekende albums met pastiches.

1960
Maart: publicatie van het Boekenweekgeschenk: De zalenman, geschreven door Elisabeth Keesing met illustraties van Peter Vos.
22 mei – 3 juni: reist met Henk Mali door Bretagne. Relatie met Florrie Hillenius.
Leeft deze jaren van illustratieopdrachten en publiceert veel tekeningen, die tot zijn vrije werk behoren, in Hollands Weekblad.
Wordt lid van de Utrechtse kunstenaarsvereniging Kunstliefde.
Juni – juli: exposeert met Jacques Boersma bij kunsthandel Arti in Utrecht, en in het late najaar bij de Utrechtse Kring.

1961
April: tentoonstelling van zijn tekeningen bij de Amsterdamse galerie Santee Landweer.
Wordt lid van Grafisch Gezelschap De Luis in Utrecht, en neemt deel aan verschillende tentoonstellingen van dit gezelschap.

1962
Trekt rond de jaarwisseling in het landhuis Jagtlust in Blaricum (Eemnesserweg) in als geliefde van de dichteres Fritzi Harmsen van Beek, met medebewoners Frans Pannekoek en Theo Sontrop. Een in een dummy getekend verslag van het leven daar, getiteld Geïllustreerde Gids van Jagtlust, bevindt zich in het Literatuurmuseum in Den Haag.
Half februari – half mei: verblijft in Stockholm, met een reisbeurs van het Prins Bernhard Fonds, waar een tentoonstelling van zijn werk en dat van Jerry Keizer in Galleri S plaatsvindt. Uitgaande van de vele tekeningen van reigers, in de Stockholmse dierentuin gemaakt, maakt hij voor Fritzi een boek in één exemplaar, De honderd reigers (in 1969 in facsimile uitgegeven door Thomas Rap).
Bij uitgeverij Querido verschijnt Fabels van Leo Vroman met tekeningen van Vos (eerder gepubliceerd in Hollands Weekblad), vormgegeven door Joost van de Woestijne.

1963
September: verlaat Jagtlust na de breuk met Fritzi Harmsen van Beek. Pogingen haar terug te winnen hebben geen succes.
Oktober: vindt onderdak bij zijn vroegere leraar klassieke talen Bart van Gool, verhuist later in het jaar naar een atelier aan de Oudezijds Achterburgwal in Amsterdam.
Twee van zijn tekeningen worden door Eddy de Jongh besproken in het radioprogramma Openbaar Kunstbezit, waarmee hij de jongste kunstenaar was die deze eer ten deel viel.
Holland Weekblad verandert dit jaar in Hollands Maandblad.
Blijft karakteristieke tekeningen maken voor Hollands Maandblad, zoals een Reiger-alfabet en de reeks Oude-Clowns-van dagen-tehuis voor A, opgedragen aan zijn geliefde Anneke Bakkum.

1964
Vanaf januari: werkt aan de illustraties voor Paul Rodenko’s Vrijmoedige Liefdesverhalen, die in drie delen bij Bert Bakker/Daamen in Den Haag verschijnen. Ook komt de eerste bundel van Rinus Ferdinandusse uit: Neem er eentje van mij, met cartoons die Vos eerder voor Vrij Nederland heeft gemaakt.
December: tentoonstelling bij Santee Landweer in Amsterdam wordt uitvoerig en lovend in de pers besproken; naar aanleiding daarvan een televisie-interview in het KRO-programma Kijk op kunst.

1965
Vertegenwoordigt als jongste deelnemer bij de Nederlandse inzending op de 8ste Biënnale van Hedendaagse kunst in Sao Paulo (met Co Westerik, Melle, Carel Willink, Charles Roelofsz en Pyke Koch).
Publicaties van door hem geïllustreerde boeken van Paul van Ostaijen, Leo Vroman en Rinus Ferdinandusse.
Eind augustus: verhuist met Anneke Bakkum naar de Appelstraat in Utrecht.
16 november: trouwt met Anneke, waarmee hij de zorg krijgt voor haar twee kinderen (Kaj en Arne Wolraben, resp. 6 en 8 jaar) uit haar eerdere huwelijk.

1966
Ontvangt een stipendium van de Stad Utrecht.
Eind juni: verhuist met zijn gezin naar de Springweg in Utrecht, een voormalige schoenmakerij; het zeventiende-eeuwse pand droeg de naam: In de Spaense Stoel.
Vanaf de herfst: brengt gedurende enkele jaren met Anneke en haar zonen de vakanties door in het vakantiehuis van Renate Rubinstein in Remersdaal, België.
April: tentoonstelling met William Kuik bij Kunstzaal De Reiger, Utrecht.
April: verschijning van het in 1959 getekende Scheppingsverhaal bij uitgeverij Contact, het eerste zeer succesvolle boek van Vos.
Verschijning van de bibliofiele uitgave bij de Stichting de Roos van Lewis Carrolls The Hunting of the Snark. Het boek krijgt een Gouden Bekroning van de jury van de Best verzorgde 50 boeken van het jaar 1966.
Mei – juni: tentoonstelling bij Galerie Viruly, Amsterdam (waaraan ook Kuik en Jean-Paul Vroom deelnamen).

1967
31 januari: geboorte van zoon Sander.
7 augustus: zijn oudere broer Paul sterft geheel onverwacht aan een hartkwaal.
Publicatie van een groot aantal, door Vos geïllustreerde boeken, waaronder een reeks van zes kinderboekjes bij Wolters Noordhoff: Vogels, onze vrienden (in vele talen verschenen), met vrij conventionele vogeltekeningen; de tiendelige serie Meesters der galante vertelkunst, met daarin de Decamerone van Boccaccio en De Mierenmoordenaar van Julio Cortázar. Daarnaast illustraties in boeken van Raoul Chapkis (pseudoniem Hugo Brandt Cortius), eerder gepubliceerd in Hollands Maandblad en van Rinus Ferdinandusse, eerder gepubliceerd in Vrij Nederland.

1968
Publicatie Anton Koolhaas’ Andermans huid met tientallen dierenillustraties van Peter Vos.
April: publicatie van het Boekenweekgeschenk geschreven door Max Dendermonde, Kom eens om een keizer, geïllustreerd door Peter Vos.
Juni – juli: tentoonstelling Illustraties Peter Vos in de VARA-Studio in Hilversum, geopend met een toespraak van Rinus Ferdinandusse.
Najaar: tentoonstelling samen met Dolf Zwerver in kunstzaal De Reiger, Utrecht.
December: tentoonstelling Peter Vos – werk uit verzamelingen in Galerie Pribaut, geleid door Debbie Wolf, de latere eigenares van Galerie Balans op de Leidsegracht, waar Vos’ werk in de jaren zeventig wordt vertoond en verkocht.

1969
Mei: heruitgave van George Orwell, De boerderij der dieren, geïllustreerd door Vos.
September: publicatie Karel Eykman, De werksters van half vijf en andere gelijkenissen, een kinderboek met tekeningen van Vos die al eerder waren gebruikt in het oecumenische kindertelevisieprogramma Woord voor Woord. Vrijwel gelijktijdig verschijnt, eveneens bij Thomas Rap, Klein Pulcinellenboek voor Anneke. Beide boeken krijgen veel publiciteit.
Het Pulcinellenboek wordt bekroond als één van De best verzorgde 50 boeken van het jaar 1969.
13 november: documentaire De wereld van Peter Vos door Hans Keller en Aad Nuis, uitgezonden door de VPRO.

1970
April: verhuist met gezin naar de Nicolaas Beetsstraat 22 in Utrecht.
Bij Thomas Rap verschijnt De Honderd Reigers, door Vos in 1962 getekend voor Fritzi Harmsen van Beek, en het Beestenkwartet voor Kaj en Arne. Aan beide uitgaven wordt in de pers veel aandacht besteed. Het Beestenkwartet (later bij De Harmonie) wordt een blijvende bestseller.
Half april: reis met Frank Lodeizen naar Karlstadt in Zweden om een verkooptentoonstelling van hun werk (en dat van Theo Daamen  in te richte.
Eind augustus: verblijf in Spanje met Anneke voor vakantie.
September: Galerie Balans in Amsterdam toont nieuw werk.

1971
Januari: Naar tekeningen van het Beestenkwartet wordt door de Nederlandse Mime Opera De Boodschap uitgevoerd met muziek van Willem Breuker, volgens een libretto van Will Spoor in het Mickery Theater in Loenersloot.
Dankzij een voorschot voor de illustraties van de Sprookjes van de Lage Landen (1972), kan Vos ’t Veenhuisje kopen in Meddo, Winterswijk. Tussen 1971 en 1975 komen daar veel zijn illustraties tot stand.
Verschijning kinderboeken van Paul Biegel, De twaalf rovers, en van Bouke Jagt, De Pozzebokken, met illustraties van Vos.
Rond de jaarwisseling: tentoonstelling bij Galerie Balans (samen met Charles Donker).

1972
Mei: reis met Charles Donker en Reuven Shekel door de Camargue in Frankrijk.
Ontvangt, samen met auteur Bouke Jagt, de Zilveren Griffel voor de illustraties in De Pozzebokken, vanwege de ‘eenheid van tekst en beeld’.
Maakt 120 pentekeningen voor de Sprookjes van de Lage Landen van Eelke de Jong en Hans Sleutelaar. Het boek verschijnt dat najaar bij De Bezige Bij als Boek van de Maand, in een oplage van 60.000 exemplaren.
Najaar: verschijning 24 prentbriefkaarten, 7 staande; 18 liggende, van Peter Vos, opgedragen aan Renate Rubinstein, uitgegeven door Erven Thomas Rap.

1973
Juni: in het kader van het Holland Festival wordt een muziekstuk van Jurriaan Andriessen, gebaseerd op het Beestenkwartet, uitgevoerd door het Rotterdams Jeugd Symfonie Orkest.
26 september: uitzending bij de NCRV op Nederland 2 van dat muziekstuk als televisieprogramma, gespeeld in de duinen, door Paul Steenbergen, Adèle Bloemendaal, Peter Vos en Gijs Andriessen onder regie van Jurriaan Andriessen.
Voorjaar: reist met Anneke naar Parijs, waar hij deelneemt aan een tentoonstelling met het Grafisch Gezelschap De Luis in het Institut Néerlandais.
Najaar: tentoonstelling Vogels bij Galerie Balans, samen met Henk J. Slijper en Charles Donker.
November: verschijning Eelke de Jong en Hans Sleutelaar, De onbekende lotgevallen van klein Duimpje en Hans & Grietje, met circa 70 illustraties van Peter Vos.

1974
Voorjaar: vervaardigt in Winterswijk illustraties, waaronder zestien in kleur, voor Nieuwe Sprookjes van de Lage Landen van Eelke de Jong en Hans Sleutelaar.
Maart: tentoonstelling van recent werk in Workum, tegelijk met een expositie in Maasland van de tekeningen van Vos uit de verzameling C. Kuijlman (die verworven was door het Haags Gemeentemuseum).

1975
Besluit zich geheel op eigen vrij werk te richten en geen nieuwe opdrachten meer aan te nemen. De grote werkdruk bij de productie van onder meer de illustraties van de Sprookjes van de Lage Landen had geleid tot ernstige overspannenheid en huwelijksproblemen.
Voorjaar: krijgt een werkplaats in de grote atelierruimte St. Martinus aan het Domplein in Utrecht, die hij met de graficus Gerard van Rooij deelt. Hij gaat daar ook wonen en komt alleen in weekenden thuis.
Voorjaar – zomer: werkt in Winterswijk aan tekeningen voor Wie schoot Roodbaardje Pik, die in september in Vrij Nederland worden gepubliceerd. In 1976 verschijnt Roodbaardje bij uitgeverij De Harmonie in boekvorm.
Half november: vertrekt naar Amsterdam naar aanleiding van de verbroken relatie met zijn vrouw. Aanvankelijk logeert hij bij Renate Rubinstein, daarna woont hij enkele maanden in de Kerkstraat. Vanaf december brengt zijn zoon Sander gewoonlijk het weekend door in Amsterdam.
Vanaf half november: werkt in het grafisch atelier van Piet Clement aan een reeks van twaalf litho’s, met thema’s uit zijn vrije werk, waarvan een aantal via de grafiekreeks Prent 190 verspreid worden.

1976
Half februari: keert terug naar het huis van Renate Rubinstein aan de Oudezijds Voorburgwal, waar hij een verdieping huurt. Naar zijn zoon Sander stuurt hij op de dagen tussen diens wekelijkse bezoeken getekende briefkaarten.
Hij tekent veel in Artis, vaak in de weekenden samen met zijn zoon. De vriendschap met Renate Rubinstein intensiveert en er ontstaat ook een nauwe band met hun buren, Peter Schat, Marina Schapers (waarmee hij een verhouding heeft en voor wie hij het Boek met twee ruggen tekende) en hun zoon Bas. Zijn wanhoop over zijn gebroken huwelijk weerspiegelt zich in zijn meest persoonlijke werk, zoals de uit zestien tekeningen bestaande serie Depressie.
1976 – 1984: tekent en schrijft (zoals eerder tussen 1952 en 1963) een reeks boeken in één exemplaar voor vrienden, geliefden en voor de verjaardagen van zijn zoon Sander.

1977
April: reist met Reuven Shekel en Gerard van Rooij (vanuit Venetië per boot) naar Israël, om in Eilat vogels te tekenen.
Vervaardigt illustraties bij muziekstuk Kind en Kraai van Peter Schat op libretto van Harry Mulisch.
Najaar: uitvoering door het poppentejater Otto van der Mieden van het poppenspel De Wonderbaarlijke waar gebeurde ontsnapping van de heer P., gebaseerd op een strip van Vos uit 1967, met een tekst van Alain Teister, uitgevoerd in de Poppenkast in de Papenstraat in Zwolle en elders in Nederland.
Maakt vogelstudies in Artis, die hij tussen 1977 en 1979 verder uitwerkt in een dummy, in 1980 gepubliceerd onder de titel Een studie in grijs. Maakt daarnaast droge naald prenten met vogels, gedrukt door Gerard van Rooij.

1978
April: reis met Reuven Shekel in Israël (Eilat).
December: tentoonstelling met Charles Donker en Alan Hurt in Nederlands Jachtmuseum, Kasteel Doorwerth.

1979
Voorjaar: verhuizing naar Oudezijds Voorburgwal 113.
December: tentoonstelling Institut Néerlandais met Pim Leefsma en Dolf Zwerver.
Uitgave door Erven Thomas Rap van het mapje met Zestien prentbriefkaarten van Peter Vos in kleur, waaronder zeven uitgewerkte tekeningen van specifieke karakters uit de Commedia dell’aere als Civette, Colombacco, Allocchina en Papastrello.

1980
Begin van de verhouding met Ninon le Grand (brief 119), met wie hij later dat jaar gaat samenwonen.
Half maart – eind april: verblijf in Israël bij de ouders van zijn vriend Reuven Shekel.
Mei: verschijning van Peter Vos’ Een studie in grijs: Voorlopige balans van drie jaar vogeltekenen.
Illustraties voor: Mensje van Keulen, De avonturen van Anna Molino, en De Huismus van Minouk van der Plas-Haarsma.
Ontwerpt voor de PTT een van de vier Kinderpostzegels in de reeks Kind en boek: de Kikkerkoning (60 + 30 cent).

1981
Ontvangt Jeanne Bieruma Oosting Prijs voor Aquarelleerkunst.
Bibliofiele uitgave/cassette met twee litho’s van Peter Vos bij twee verhalen en een gedicht van Simon Carmiggelt.

1982
Half februari – april: tentoonstelling met Charles Donker bij Galerie Petit, Amsterdam.
Maart – april: tentoonstelling Galerie Jas, Utrecht.
12 maart: verhuizing met Ninon le Grand naar de Milletstraat in Amsterdam.
Vanaf half april: opnamen voor het televisieportret over Peter Vos, ‘Een vogel herken je aan zijn veren’ in serie Ontmoetingen, door Jacqueline Crevoisier (uitzending 7 juli 1982, AVRO).
17 december: huwelijk met Ninon le Grand.
Ontwerpt voor de PTT vier Kinderpostzegels in de reeks Kind en dier.

1983
Augustus: de breuk in het huwelijk met Ninon leidt tot een langdurige depressie. De serie tekeningen Een Hondeleven en de reeks trompe l’oeil-kaarten aan Ninon hangen daarmee samen (brief 123 en 124).
Blijft wonen in de Milletstraat, waar Sander na de zomer bij hem intrekt.
1983 – 1986: bij De Arbeiderspers verschijnen drie gebonden uitgaven met verhalen van Simon Carmiggelt, waarvoor Vos de omslagen en vele tientallen illustraties levert.

1984
Illustraties voor de gebonden jubileumuitgave van George Orwell, 1984, in opdracht van De Arbeiderspers.
2 februari: afsluiting van de reeks briefkaarten aan Ninon. Hij begint weer grafiek te maken: litho’s bij Piet Clement en droge naald prenten met hulp bij het afdrukken van Gerard van Rooij.
1 april: bij de PTT verschijnen vier Zomerzegels, Weidevogels van Peter Vos: kievit, kemphaan, tureluur en grutto.
Mei: deelname aan een vogelreis in Spanje van Israëlische vogelliefhebbers van de Society for the Protection of Nature in Israel (waarbij hij de plaats van Reuven Shekel inneemt) (brief 126). Deze Spaanse reis, ten zuiden van Madrid, resulteert in een boek in één exemplaar, Vogels in Spanje.

1985
Januari: Ninon vraagt formeel een scheiding aan.
Februari: na anderhalf jaar einde aan alcoholloze periode.
Voorjaar: verblijf in Israël, hoofdzakelijk in Eilat, met The Society for the Protection of Nature in Israel, wat resulteert in een album in één exemplaar: In Eilat – Vacantiedagboek, 1985, dat tussen 22 april en 21 mei naar schetsen en aantekeningen in Amsterdam werd uitgewerkt. Hij draagt dit album, evenals dat uit 1984, op aan Sander, ter gelegenheid van zijn eindexamen.
Maart – april: tentoonstelling met Charles Donker bij Galerie Petit, Amsterdam.
Verzorgt de illustraties van het kinderboek van Karel Eykman, Het fort van Sjako.
Maakt de omslag van Renate Rubinsteins boek Alexander.

1986
Voorjaar: tentoonstelling met Mart Kempers en Gerda Rubinstein bij Galerie Petit, Amsterdam.
Opdracht vier litho’s (in oplage van 1000 exemplaren) voor het personeel van Albert Heijn, ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van het bedrijf.
Zomer: krijgt relatie met Saïda Lokhorst, met wie hij zal gaan samenwonen, en kort voor zijn dood zal trouwen.
Illustreert Dick Hillenius’ De psychobiologie van het feestvieren en Een vederlichte wanhoop van Koos van Zomeren (verschenen in 1987).

1987
December: begin van de correspondentie met Saïda. Hij verblijft ook geregeld bij haar in Utrecht.
Februari – maart: tentoonstelling met Charles Donker bij Galerie Jas, Utrecht.

1988
Werkt mee aan de door Ben van Wissen samengestelde tentoonstelling in het Zoölogisch Museum in Amsterdam: Kinderen zijn hinderen.
Oktober – november: tentoonstelling met Charles Donker, Antje Orie, Gerda Rubinstein en Dolf Zwerver in Galerie Petit, Amsterdam.
Levert illustraties voor het kinderboek, Bolletje van Gerard Brands en tekeningen voor de omslagen van boeken van Simon Carmiggelt.

1989
Vanaf 1989 tot 1995 verblijft en werkt, soms zelfs weken aaneengesloten, hij veelvuldig in Saïda’s zomerhuisje in Lunteren.
Verkooptentoonstelling van illustraties uit de jaren zeventig en tachtig en ander werk bij André Jas, Utrecht.
Illustraties van spreekwoorden in W.P. Postma & E.A.J. Scheepmaker, Wat van eksters komt huppelt graag.

1990
Mei: participeert samen met vijfentwintig kunstenaars uit verschillende landen in Wildlife Artists Meet on Schiermonnikoog. Deze bijeenkomst leidt tot de oprichting van Artists for Nature Foundation.
16 november: zijn vriendin Renate Rubinstein overlijdt, wat leidt tot een lange periode van rouw.
November 1989 – april 1990: de strip SPREKEND KEES met egel Kees, alter ego van Peter, verschijnt als serie in De Blauw Geruite Kiel, de jeugdkrant van Vrij Nederland. Nadat de strip in Vrij Nederland was gestopt, continueerde Peter hem in tientallen briefkaarten in 1990-1991, verstuurd aan familie en vrienden.

1991
Mei: publicatie Wat je ook niet vaak ziet: doordeweekse emblemata, met een reeks kleine in cirkelvorm gevatte tekeningen, waarin een aantal hoofdthema’s uit zijn werk is verbeeld; opgedragen aan Saïda.
Andere uitgaven met illustraties van Vos: Ed Leeflang, Begroeyt met pluimen, Willem Duys, Een uiterst vreemde vogel en de erotische tekst De barre ballade van Boris Borus van Ivan Barkov.
1 oktober: opening van de tentoonstelling Staan er plaatjes in? in Slot Zeist. Tevens uitreiking Gouden Penseel voor zijn illustraties in Lieve kinderen hoor mijn lied van Rudy Kousbroek. Het werk van Peter Vos staat centraal in deze expositie waarin ook illustraties zijn opgenomen van de vijftien tekenaars aan wie sinds 1973 de Gouden en Zilveren Griffels en Penselen waren uitgereikt.
Oktober: tentoonstelling van zijn tekeningen, samen met etsen van Charles Donker, bij Galerie Jas, Utrecht.

1992
Verzorgt de illustraties van twee in 1992-1993 verschenen boekjes met wandelingen van Natuurmonumenten, tekst Daan Buitenhuis.

1993
Maakt illustraties voor de bundels Zomer en Winter van Koos van Zomeren, Italiaanse kronieken van Ben van der Velden en Jannes van Toon Tellegen. En eveneens voor de Engelse uitgave van Annie M.G Schmidts Minoes (Minnie).
Februari 1993 – eind 1997: (vrijwel) wekelijkse rubriek ‘Genieten’ in Vrij Nederland, geschreven door Ben de Cocq (pseudoniem Wouter Klootwijk) met kleurige humoristische illustraties van Peter Vos, meestal in twee samenhangende tekeningen.
Mei-juni: tentoonstelling bij Galerie Jas, Utrecht, samen met etsen van Charles Donker.
Werkt mee aan de door Ben Wissen samengestelde tentoonstelling in het Zoölogisch Museum, Amsterdam: Nep, list en bedrog.
Eind van het jaar: tentoonstelling bij Galerie Petit, Amsterdam, samen met Charles Donker, Gerda Rubinstein en Peter van Straaten.

1994
April: neemt met Saïda deel aan een reis van Artists for Nature naar Extremadura, Spanje.
2 juli: toekenning Ton Smits-penning door de Nederlandse cartoonistenvereniging voor zijn oeuvre als cartoonist; de prijs wordt uitgereikt op het negende cartoonfestival in Eindhoven, met een feestrede van Rinus Ferdinandusse. In dat kader vindt in het Eindhovens Casino een tentoonstelling plaats van werken van Vos, Opland en Bert Witte.

1995
Voorjaar: ondergaat een ingrijpende operatie.
September: ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag vindt een omvangrijke overzichtstentoonstelling van zijn werk plaats in Museum De Beyerd, Breda. Tevens wordt zijn zestigste verjaardag met een feestavond in Bredase schouwburg gevierd.
September – oktober: tentoonstelling van recent werk, samen met etsen van Charles Donker, bij Galerie Jas, Utrecht.

1996
26 april: benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw; uitreiking in het Amsterdamse stadhuis. Tevens wordt hij Erelid van Nederlandse Vereniging van Illustratoren (NIC).
Verzorgt de illustraties voor Rudy Kousbroeks Varkensliedjes.

1997
26 september: geboorte van Sanders dochter, Peters kleindochter, in Parijs: Nina Philine Vos (dochter van Ingrid Leroy en zus van Laura Ferreira.

1998
26 februari – 21 maart: verblijf op Bonaire met Saïda voor illustraties voor twee reisgidsjes over de Antillen, in opdracht van Co de Koning.
Voorjaar: tentoonstelling van recent werk, met etsen van Charles Donker, bij Galerie Jas, Utrecht. Meteen daarna in dezelfde galerie de tentoonstelling Het jaar van De Kat, met academie- en recent werk van Peters klasgenoten uit 1956-1957, ontstaan in de schilderklas van Otto B. de Kat: Willem den Ouden, Nico Bakker, Dick Stolwijk, Roger Chailloux, René Karrer, Wim Vaarzon Morel, Harry Visser, Louis Vorrink en Peter Vos. Voor beide tentoonstellingen tekent Peter de gekleurde uitnodigingen.
1998 – 2002: maakt hij een reeks van vierendertig pen- en penseeltekeningen onder de titel Villa Inzicht.

1999
Publicatie Miel Dekeyser, Wiet: verhaal van een dwergpapegaai (House of Books), met illustraties van Vos.
1999 – 2004: illustreert een aantal publicaties van de juridische faculteit van de Universiteit van Nijmegen.

2000
September: tentoonstelling van recent werk bij Galerie Jas in Utrecht waarvoor hij de uitnodiging tekent; met onder meer illustraties van mythologische figuren, uilensonnetten en The Walrus and The Carpenter van Lewis Carroll.
2000 – 2003: levert, naast zijn gebruikelijke wekelijkse bijdragen aan Vrij Nederland (waarin steeds minder tekeningen van hem verschenen), tekeningen aan het tijdschrift Vice Versa, gewijd aan ontwikkelingssamenwerking.

2002
Laatste tentoonstelling van recent werk bij Peters vaste Utrechtse Galerie Jas, die in 2003 haar deuren sluit. De uitnodiging wordt weer door de kunstenaar getekend.

2003
1 januari: begint de door Ovidius beschreven metamorfosen van mensen in vogels, in een reeks van negen thema’s te tekenen. Deze worden aan het eind van het jaar tentoongesteld bij Galerie Petit in Amsterdam, tezamen met andere tekeningen van Peter en werk van Heidi Daamen en Gerard van Rooij. De Ovidius-reeks wordt voorafgegaan door enkele honderden voorbereidende tekeningen in schetsboeken, waarin veel meer voorbeelden van Ovidius’ metamorfosen zijn verbeeld.
Mei: de rubriek ‘Terzijde’ in Vrij Nederland sneuvelt waarbij een eind komt aan de reeks afbeeldingen van de befaamde Leeuw, die gedurende 43 jaar in vele gedaanten het weekblad had verlucht.
 
2004
Publicatie van Maarten ’t Hart, De groene overmacht (De Arbeiderspers), met omslag en illustraties van Vos.

2005
Half maart: opnieuw een ingrijpende operatie, die een lange periode van herstel vergde.

2006
2006 – 2010: maakt voor Natuurmonumenten acht grote bladen met vogeltekeningen.
Het overlijden van zijn vriend Gerard van Rooij en zijn ontslag als illustrator bij Vrij Nederland zijn ingrijpend.
Laatste tentoonstelling bij Galerie Petit, Amsterdam, met etsen van Charles Donker. Vos draagt naast ander werk een serie tekeningen met in totaal 144 mussen bij.
Publicatie van Renate Dorrestein, Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor (uitgeverij Contact), met tekeningen van Vos.

2007
Heruitgave voor Miel Dekeysers Wiet (1999) met meer tekeningen.

2008
Najaar: tentoonstelling over Grafisch Gezelschap De Luis, met grafisch werk van Vos, in het Rembrandthuis in Amsterdam.

2009
Aankoop van ruime keuze uit Peters werk, tekeningen, schetsboeken en grafiek door het Rijksprentenkabinet, Rijkmuseum, Amsterdam.

2010
Aan het eind van de zomer wordt ongeneeslijke vorm van kanker bij Vos geconstateerd.
9 september: opening van een tentoonstelling over zijn werk en dat van Charles Donker in Centraal Museum, Utrecht.
24 september: huwt Saïda Lokhorst, ‘na 25 gelukkige jaren getrouwd’ (kaart met Twee mussen, gloeiend aaneen gesmeed).
6 november: Peter Vos overlijdt in Utrecht.


Datum laatste wijziging: Jan 26, 2017 02:29 PM